Een Beeld van Piet Verdonk

 

 

 

 

 

Kunstzinnig jochie

Reeds als klein jochie kwam Piet’s kunstzinnige aanleg naar boven. Tot groot verdriet van zijn moeder was hij regelmatig aan het snijden en kerven in tafel- en stoelpoten. Zijn peetoom, die net als hij ook Piet Verdonk heette en goud- en edelsmid was, had al snel in de gaten dat de kleine Piet voor de kunst geboren was. Als jongen van een jaar of tien ging hij dan ook regelmatig naar zijn peetoom en kreeg van hem de eerste tekenlessen. Die zorgde er ook voor dat Piet na de lagere school al op 12-jarige leeftijd naar de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunst in Den Bosch ging, de voorloper van de huidige Kunstacademie. Dat was een vijfjarige opleiding, voornamelijk in de avonduren. Daar waren onder meer Huib Luns en Piet Slager zijn leermeesters. Piet deed het uitstekend op de kunstschool en behaalde vrijwel elk jaar eerste en tweede prijzen, onder meer voor tekenen en boetseren.

(naar boven)

 

 

 

De eerste schreden in de praktijk

Rond het begin van de twintigste eeuw bestonden er in Brabant en in Den Bosch grote collectieve beeldhouwersateliers, die voornamelijk religieuze opdrachten uitvoerden voor kerken en kloosters. Een daarvan was het atelier “Van Bokhoven en Jonkers”. Reeds op jonge leeftijd en tijdens zijn opleiding aan de kunstacademie trad Piet Verdonk daar in dienst. Aanvankelijk als leerling en veredelde krullenjongen. Hij werkte zich echter op tot eerste beeldhouwer en bleef tot 1934 aan het atelier verbonden. Voor wat betreft zijn oeuvre is dat echter een duistere periode, waarvan weinig met zekerheid bekend is. In die tijd was het namelijk gebruikelijk dat opdrachten aan een dergelijk atelier werden uitgevoerd door leerlingen en aankomend beeldhouwers. De vervaardigde kunstwerken werden vervolgens echter door de “bazen” gesigneerd en afgeleverd. Stijl en uitvoering van een aantal beeldhouwwerken uit die tijd doen echter vermoeden dat Piet Verdonk de maker er van was. Waarschijnlijk begon hij steeds meer genoeg te krijgen van het kunst beoefenen in groepsverband, terwijl de bazen met de eer gingen strijken. Toen in 1934 Van Bokhoven en Jonkers uit elkaar gingen en het atelier uit elkaar viel nam hij zijn kans waar en ging hij verder als zelfstandig beeldhouwer. Hij vestigde een eigen atelier aan de Breede Haven in Den Bosch, een enigszins vervallen woonhuis. De binnenmuren werden uitgebroken, evenals de trappen die werden vervangen door gewone ladders. Om grote werkstukken te kunnen verplaatsen kwam er in de voorgevel een grote dubbele poort.
Gezien zijn verbondenheid met de religieuze kunst noemde hij het: Atelier Sint Jozef. Tot aan zijn overlijden in 1968 heeft hij daar zijn kunst bedreven.

(naar boven)



 

 

Vliegende start

In eerste instantie had Piet natuurlijk de handen vol aan het inrichten van zijn atelier en de aanschaf van materialen en gereedschappen. Maar inmiddels stroomden ook de opdrachten al binnen. Door zijn werk bij atelier Van Bokhoven en Jonkers had Verdonk veel relaties opgedaan in de kerkelijke en kloosterlijke wereld. Die kon hij nu aanboren. Daarnaast bracht hij enkele nog niet voltooide opdrachten mee uit het oude atelier en ook Van Bokhoven, die zelf geen beeldhouwer was, speelde af en toe opdrachten door. Uit de periode 1935-1938 zijn ruim veertig beeldhouwwerken bekend, vaak met een monumentaal karakter zoals Heilig Hartmonumenten. Een aantal daarvan zijn echter tijdens de tweede wereldoorlog vernietigd.
Een grote doorbraak kwam in 1936. Verdonk deed mee aan een prijsvraag voor een groot bronzen standbeeld van Henri Belletable, oprichter van de Aartsbroederschap van de H. Familie. Verdonk kreeg de opdracht en het standbeeld werd in 1938 in Venlo plechtig onthuld onder zeer grote belangstelling.
Hierdoor kreeg hij veel meer bekendheid vooral in religieuze kring en de opdrachten stroomden gestaag binnen. Hoewel er ook moeilijke periodes waren heeft Piet Verdonk over het algemeen niet te klagen gehad over een gebrek aan opdrachten. En was het een slappe tijd dan ging hij op de fiets het land in om bij kerken en kloosters te informeren of er werk voor hem was, al waren het maar restauraties.

(naar boven)



 

Zeer productief

Piet Verdonk was een onwaarschijnlijk productieve beeldhouwer. Aanvankelijk hadden zijn werken, gezien zijn afkomst uit het atelier Van Bokhoven en Jonkers, vooral een religieus karakter, maar later in toenemende mate ook profaan.
Op dit moment zijn er 883 objecten van hem geregistreerd. Daarvan zijn er 588 ook daadwerkelijk gelokaliseerd en is van 35 door derden bevestigd dat ze bestaan hebben. Verder is uit oude kasboeken en facturen nog van 111 objecten bewezen dat ze vervaardigd en afgeleverd zijn. De overige 149 zijn afgeleid uit het fotoarchief van Verdonk en uit aantekeningen, agenda’s en orderschriften.
De opdrachten kwamen ook zeker niet alleen van kerken en kloosters. Op dit moment bevinden zich 182 werken in bezit van particulieren en bedrijven.

(naar boven)



 

Veelzijdig en veelvormig

Het oeuvre van Verdonk is niet alleen omvangrijk maar ook zeer veelzijdig. Aan een groot aantal kerken en kloosters leverde hij altaren, preekstoelen, biechtstoelen, missiekruizen en beelden van Maria, Jozef en andere heiligen. Dat betrof niet alleen de eigenlijke kerkinventaris, maar ook monumenten, kruisbeelden en wegkapellen langs de openbare weg. Op verschillende begraafplaatsen zijn grafstenen en grafmonumenten van Piet Verdonk te vinden. Voorbeeld daarvan is het grafmonument in Den Bosch voor een tweetal jongens die in 1944 omkwamen bij het spelen met een granaat.
Voor bedrijven heeft Verdonk vooral gevelstenen gehakt en portretplaquettes gemaakt van bijvoorbeeld de oprichter.
Het overgrote deel van het oeuvre bestaat echter uit kleinere beelden. Dat betreft vooral kruisbeelden, beelden van Maria en Jozef en andere heiligen, kerstgroepen of profane voorstellingen. Veel succes had Verdonk met het vervaardigen van borstbeelden, zowel van volwassenen als kinderen. Ook was hij bekend als ontwerper van medailles. En bij wijze van hobby schilderde, tekende en graveerde hij.
Onderstaand een paar cijfers:

Kruisbeelden en Heilig Hartbeelden   112
Mariabeelden   142
Jozefbeelden   54
Diverse Heiligen   140
Kerkmeubilair   59
Borstbeelden en portretplaquettes   35
Graf- en gevelstenen   43
Profane voorstellingen   49
Teken-, schilder- en graveerwerk   36
Overige   213

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(naar boven)

 

 


 

Favoriete materialen

Ook wat betreft het gebruik van materialen was Piet Verdonk erg veelzijdig. Hij werkte met diverse soorten natuursteen, waaronder marmer, en in alle edele houtsoorten zoals eikenhout, perenhout, lindehout en palissander. Maar ook in ivoor, koper en brons was hij thuis. Hij was er steeds op uit om de eigenschappen van het gebruikte materiaal zo goed mogelijk tot uiting te laten komen, evenals zijn kenmerkende beitelslag.
Ook boetseren was een favoriete bezigheid. In veel gevallen begon hij met het maken van een ontwerp in klei of gips om de opdrachtgever een idee te geven wat hij of zij kon verwachten. Zeer veel van die ontwerpen zijn bewaard gebleven omdat hij ze in een eigen oven terracotta bakte, waarna ze ook gretig aftrek vonden bij zijn klanten. Sommige ontwerpen vielen zo in de smaak, bijvoorbeeld plaquettes, dat Verdonk ze nog tientallen keren in gips moest afgieten. Uiteraard zijn die afgietsels niet in het totaal van objecten opgenomen.
Hierbij een cijfermatig overzicht van de gebruikte materialen.

Steensoorten   81
Edele houtsoorten   467
Metalen   34
Gips, klei, terracotta   236
Diversen   65





(naar boven)




 

 

 

Basis van succes

Het is typerend dat thans, ruim 40 jaar na zijn dood, bezitters en eigenaren van beeldhouwwerken van Piet Verdonk deze nog steeds hogelijk waarderen en als een zeer kostbaar familiebezit beschouwen dat met de grootste zorg wordt omringd. Hoewel hij vrijwel uitsluitend via opdrachten werkte voelde hij zich vrij om zijn eigen artistieke ideeën na te streven. Hij accepteerde nooit zo maar de wensen en “instructies” van zijn opdrachtgevers. Bekend is een geval waarin hij de opdracht voor een Mariabeeld weigerde omdat het gezicht moest lijken op een familielid van de opdrachtgever.
Daarentegen kon hij wel heel goed luisteren en zich inleven in de gevoelens van de opdrachtgever. Juist die combinatie van enerzijds zijn eigen artistieke vrijheid, die voor hem heel hoog in het vaandel stond, en anderzijds het zich kunnen verplaatsen in de gedachtewereld en gevoelens van zijn opdrachtgever leidde steeds tot een kunstwerk van grote artistieke waarde en tot een blijvende sterke persoonlijke affiniteit bij de klant.

(naar boven)



 

Bescheiden en op de achtergrond

Ondanks zijn succes bleef Piet Verdonk een eenvoudig en zeer bescheiden man. Hij hield zich zoveel mogelijk op de achtergrond en verre van de publiciteit. Die had hij ook niet nodig gezien de vrijwel ononderbroken stroom van opdrachten. Veel van zijn relaties drongen er vaak bij hem op aan om meer in de openbaarheid te treden, bijvoorbeeld door middel van exposities en presentaties. Dat was echter niets voor Verdonk. Was hij bang voor kritiek vanwege zijn traditionele manier van werken? Waarschijnlijk niet. Hij wilde alleen maar ongestoord datgene doen waar hij zelf voor leefde: iets moois tot stand brengen dat in zijn eigen ogen de toets der kritiek kon doorstaan. Zijn reactie was dan ook steevast: “Dat bekijken en beoordelen ze maar als ik dood ben en dan doen ze maar wat ze willen”.

Voor een uitvoerig overzicht van het oeuvre van Verdonk en de vele aspecten daarvan zij verwezen naar de pagina "HET OEUVRE"op deze website.

(naar boven)